...
...
...

Vandaag is het de bedoeling dat we terugvliegen vanuit Darwin naar Gove via Milingimbi om de schade te checken. 's Morgens krijg ik een telefoontje van de politie of ik twee kettingzagen mee kan nemen die hard nodig zijn in Milingimbi.

Wij vertrekken als eerste van een "formatie" van vier MAF vliegtuigen die teruggaan naar hun respectievelijke MAF bases. Het weer is niet optimaal. Als we eenmaal uit gecontroleerd luchtruim zijn, moet ik door wat wolken en regen heenwerken. De anderen zijn inmiddels ook opgestegen en via de radio houd ik hen op de hoogte van mijn positie, omdat ik wat draaien, klimmen en dalen moet doen om om wolken en gebieden van slecht zicht heen te vliegen. Uiteindelijk moet ik omkeren als we terecht komen in een doodlopend pad voor wat betreft vliegzicht. Een eind terug vind ik een ander laag gat en vlieg er doorheen. Verderop ligt de airstrip van Oen Peli, die het begin markeert van de Arnhem Land escarpment, een groot gebied van ruige, onherbergzame rotsformaties die tot enige hoogte boven zeeniveau uitrijzen. Niet de plek waar je wilt zijn in slecht zicht en tussen laaghangende bewolking.

Het Arnhem Land escarpment op een goede dag

Ik land op Oen Peli en weeg de situatie op. Janneke en de boys zijn niet al te gelukkig met de vertraging vanwege het weer, maar er valt niet veel aan te doen. Er is geen toilet, alleen een vervallen open wachtruimte en het regent de hele tijd.

De weersvoorspelling laat weinig verbetering zien en ik besluit een dutje te doen liggend op de vloer van het vliegtuig om wat van mijn vermoeidheid kwijt te raken en de situatie over een uur weer te bekijken.

Na een uur blijkt dat een grote storm mijn weg blokkeert. Het weer in andere richtingen is verbeterd en ik besluit om op te stijgen en 20nm zuidwaarts te vliegen naar Jabiru, waar een benzinepomp is waar ik mijn tanks tot de rand kan vullen. Twee andere piloten weten een weg te vinden verder naar het zuiden en ik hoop dat ik hetzelfde succes zal hebben.

Ondertussen merkt Janneke op dat ze absoluut niet wil overnachten in Jabiru. Ze ziet het niet zitten om de kinderen weer in een ander bed te laten slapen. We hopen in ieder geval tot Milingimbi te komen, ook al weten we nog niet wat we daar precies zullen aantreffen. Vanwege de vertraging wordt doorvliegen naar Gove steeds minder een optie.

We stijgen op van Jabiru. Ik vlieg, Janneke bidt en we vinden een weg door het weer.

 

We krijgen een eerste blik op ons huis als er erboven aankomen. Het lijkt alsof een enorme olifant door onze tuin heeft gestampt.
Verbazingwekkend genoeg staat ons huis nog. Die zendelingen in de jaren 60, met inheemse arbeidskrachten wisten hoe ze een huis moesten bouwen!

Als we landen wordt het plaatje nog meer duidelijk: Milingimbi ziet eruit als een grote bende.

Instagram

...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...